Filosofie in drie bedrijven

 
Een kleine inleiding in de geschiedenis van de filosofie. Een overzicht van thema’s die vroeger en nu veel aandacht kregen en krijgen. In overleg met de cursisten kiezen we enkele thema’s uit om verder uit te diepen.
 
 
 
 
 
 

Voorwoord

In deze cursus wil ik niet veel aan het woord zijn. In een werkwijze zoals bij StAAD gevolgd wordt komen mensen bij elkaar die sterk verschillen in opleiding en ervaring.  Toch moet de opzet van mijn cursus daarop afgestemd zijn. Maar dat is niet het enige.
De onderwerpen die in filosofie aan bod kunnen komen zijn legio.
Om een paar uiteenlopende onderwerpen te noemen:
·       gehoorzaamt de menselijke geest aan fysische wetten?
·       wat betekent: ‘ik begrijp je’?
·       kunnen wij van de wetenschap antwoorden verwachten op vragen  zoals, ‘hoe moeten wij de maatschappij inrichten?’ of ‘wat is de bestemming van de mens?’
·       wat is de verhouding tussen denken en spreken?
·       hoe verhoudt zich de filosofie tot wetenschap en maatschappij?
·       etcetera
 
 
Ik wens de cursisten veel denkgenoegen!
 
Jan Croonen (docent filosofie)
Nijmegen, 14 januari 1991
 
 



1. Denken als ‘sport’

Filosofie bestaat pas sinds het losmaken van het denken van enig openbaringsidee. In Griekenland werd hier een systematisch begin mee gemaakt. Er was welvaart en vrije tijd voor een aantal bevoorrechte mensen. Sommigen van hen werden goed in oorlog, politiek, sport. Anderen wandelden al diskussiërend met elkaar door hun tuintjes en zochten wijsheid. Filosofen werden zij genoemd, dat is ‘vrienden van de wijsheid’. Ons woord ‘wijsbegeerte’ is een vrij letterlijke vertaling van ‘filo’- (vriend, beminnaar) en ‘sofie’ (wijsheid).

Na-Denken

Het kernverschil met de profetische traditie zit hem in de afwijzing van het openbaringsidee. ‘Ik heb dit nu wel geschreven’, zegt de filosoof, ‘ maar is het ook waar?’ Hij vraagt zich af, ‘hoe kom ik hierbij’. Kortom de filosoof, hij denkt over de geldigheid van zijn eigen denken na. Hij is er immers zelf verantwoordelijk voor! Er is geen instantie boven hem in geheimzinnige gedaanten die hem gedicteerd heeft wat hij schrijven zou (zoals Mozes nog wel).

Kritiek

Geen openbaring, maar hoe weten wij dan ooit wat waarheid is? Het eerste antwoord van de filosoof zal tegenwoordig zijn dat er geen waarheid is die gevonden kan worden. De benadering van waarheid wordt nog het best gediend door discussie. Juist omdat mensen het zelden met elkaar eens zijn bestaat er vooruitgang in het denken. De strijd met argumenten betekent in het beste geval dat goede denkbeelden overleven, terwijl de minder geslaagde gewoon in het vergeetboek raken.

Vrijheid

Er is ons iets beloofd: dat het leven zin zou hebben. Wordt die belofte ingelost in dit leven? Hoe vrij zal de mens zijn? Zal hij 's-morgens vissen, ‘s-middags jagen en ‘s-avonds filosoferen? (of weer iets anders)? Dat was het ideaal van de jonge Marx. Of zal hij van morgen tot morgen in dienst staan van een dwang van buitenaf? Zijn wij allemaal slaven van een dictatoriaal systeem? Wat betekent vrijheid? Vrijheid lucht op, maar haar spiegelbeeld verantwoordelijkheid drukt met een zeker gewicht op de geesten der mensen, en beneemt ze soms de adem. Verantwoordelijk, mondig als burger van een gemeente, provincie, land, werelddeel, planeet: vrijheid is een totale discipline. Er is nergens enig ontsnappen aan mogelijk.

De rol van tegenstellingen.

Wij weten wat zwart is omdat wij weten wat wit is. Als wij het over zwarte zaken hebben kunnen wij dat verduidelijken door het ook even over witte dingen te hebben. Het betrekken van het tegendeel van het ding waarover men spreekt bij de bespreking ervan heet de analytische werkwijze. Een analytische filosoof ziet aan elke zaak twee kanten. (Het structuralisme ziet deze analytische filosofie als een aan de struktuur van de taal zelf het meest tegemoetkomend. Zwart betekent precies: niet wit, zwart en wit maken elkaar pas mogelijk.)
 

·       Emotie en verstand.
·       Denken en doen
·       Natuur en kultuur.
·       Waarheid en leugen.
·       Mens en machine.
·       Vrijheid en dwang.
·       Rationalisme en empirisme.
·       Individu en samenleving
·       Dromen en waken

2. Maak een probleem!

Wie veel weet is dom. Wie vragen stelt zoekt wijsheid.
Wat is de plaats van de filosofie in ons leven? In principe gelijk aan die van het nadenken. Zoals bekend gebeurt dat in het algemeen (veel te) weinig. Met nadenken kun je, zo schijnt het ons, twee kanten uit. Je kunt je verbeeldingskracht flink aan het werk zetten: het ‘wilde’ denken. Daarnaast kun je je eigen en andermans denkbeelden eens kritisch onder de loep nemen. Het denken moet wel zijn plaats weten! In dat laatste geval is het denken ‘getemd’. Sommig denken is zo tam dat het nietszeggend wordt, bijvoorbeeld het bevat alleen maar clichés en nageprate opinies. Ander denken is weer zo wild dat het onbegrijpelijk wordt. Tussen die uitersten begeeft zich de liefhebber-denker, de filosoof.

Als nadenken al abstrakt is, los van het concrete, dagelijkse leven, dan is nadenken over nadenken abstrakt in het kwadraat. Volgens veel denkers kun je feitelijk ook niet nadenken over nadenken. Wie trekt zich werkelijk aan zijn haren uit het moeras? Dat kunnen alleen sprookjesfiguren zoals die baron von Münchhausen indertijd.
(Overigens bewijzen ons sprookjes dat ook kinderen al zeer gefascineerd kunnen zijn door abstrakte begrippen, als je ze maar verpakt in personages en avonturen).
Wat gebeurt overvalt ons, we improviseren en handelen naar beste geweten, en soms: op goed geluk. Dan zitten we weer thuis en rusten uit. Die luxe van de vrijheid (hoe tijdelijk ook voor de meesten). Het werken om te overleven houdt even op, er is een adempauze. Er valt te filosoferen in een situatie van welstand. We hebben even niets te doen dus... we denken na. We denken na, we hebben de tijd daarvoor. We zijn niet de eerste ‘vrijgestelden’. Waar denken wij dan wel over na? In het algemeen denken wij over de werkelijkheid na.

“Bezint eer gij begint" zou ook wel de lijfspreuk van filosofen kunnen zijn. Of is het niet handig om verstandig te zijn?! Wie ‘twee keer’ (teveel keer) nadenkt doet waarschijnlijk zichzelf tekort: al te vrij maakt duizelig. Het denken moet wel zijn plaats kennen! Verstandig is dus wie nadenkt zonder het handelen te vergeten. Wie nadenkt weet toch meer dan wie denkt het al lang te weten. Dat geeft het voordeel van macht (kennis is macht). Nadenken is wel iets anders dan handelen, al staat het er in het gunstige geval niet los van. Dichterbij het handelende optreden staan onze emoties. Als ik iets heftigs voel, heb ik meestal al haast meteen het een en ander uitgericht aan handelingen. Als basis voor het handelen zijn emoties echter verdacht. Ziet iemand wel wat hij doet wanneer hij uit een of andere emotionele aandoening handelt? Soms is dat niet erg, soms zijn de gevolgen rampzalig. Denk maar aan de vele oorlogen waar geen mens bij zijn volle verstand of gevoel ooit aan was begonnen. De tegenstelling emotie versus verstand vormt een klassiek onderwerp van filosofische beschouwingen.
 

3. Taal is het sleutelwoord

Mensen communiceren met elkaar via taal en andere tekens. Vroeger spraken mensen wel tegen elkander, maar schrift was er nog niet. Nog veel vroeger was er zelfs nog geen (spreek-)taal. Dat was eerder in de evolutie, toen waren we eigenlijk nog geen mensen.

Spraak

Sinds de mens kan schrijven blijft de primaire functie van taal dat men met mekander spreekt. Van wieg tot graf leven wij temidden van mensen, en met hen in het gezelschap van ontelbaar veel woorden. Wat zijn ze waard? Ze zijn onmisbaar als voedsel. Maar zoals slecht of ontoereikend voedsel een kind niet op zijn best doet groeien, zo kan de menselijke geest (de denker in U en mij) bij gebrek aan ‘verteerbare’ verhalen van een ander eveneens gehinderd worden in zijn groei.

Schrift

In het begin, toen de mensheid de schrift pas had ontdekt, was al het op schrift gestelde denken omgeven door een waas van geheimzinnigheid; bepaalde tekst gold als heilig. In de joods-christelijke traditie wordt tot op de dag van vandaag in de heiligheid van veel verhalen uit de oudheid nog steeds geloofd. Ook andere tradities kennen hun heilige boeken.

Metataal

Nadenken over taal, instrument van ons denken, zou dat haalbaar zijn qua abstractiegraad? Hiervoor is vanzelf een aparte taal nodig, een zogenaamde metataal (‘meta’ is het Griekse woord voor ‘na’).
Er is weinig waar moderne filosofen zoveel over hebben geschreven, laat ik dat vooropstellen. Waarom betekenen begrippen voor ons wat ze betekenen? Het instrument van het denken is de taal van onze begrippen. Deze taal wordt tegenwoordig veelal gelijkgesteld aan de taal waarin we spreken en schrijven met elkaar. We denken dus met woorden in zinsverbanden, in betogen die daar uit opgebouwd zijn. Zoals we spreken denken we. Maar ook, zoals we het oneens kunnen zijn met anderen, zo kunnen we het in ons denken oneens zijn met onszelf. Soms is het denken een innerlijk tweegesprek, een stille dialoog binnen een mens. Volgens het structuralisme is relatie een sleutelbegrip. Onze begrippen zijn altijd opgenomen in relaties tot elkaar. Enerzijds omdat ze tot dezelfde taal horen (wit staat tegenover zwart), anderzijds omdat ze in een betoog voorkomen tezamen met andere uitgesproken en onuitgesproken begrippen (de zwarte bevolking zal wel armoedig zijn). Wat onze betogen uitdrukken zijn dan ook veelal verbanden (systemen van relaties) die door de denkende mensen worden aangetroffen in de werkelijkheid. Marx zei: concreet is dat wat in samenhang wordt gezien. Hij zette zich daarmee af van de door hem burgerlijk genoemde omschrijving: concreet is wat op zichzelf (be)staat. Zo zie je dat zelfs de begrippen concreet en abstrakt tot politieke meningsverschillen kunnen leiden!

Epiloog

Nijmegen, 6 april 1991
Aan allen die aan mijn cursus Filosofie hebben deelgenomen,
Samenvattend is filosofie het weten:
·       dat een wijsgerig betoog evenwichtig is; van ieder belangrijk begrip wordt tevens het tegenovergestelde begrip besproken.
·       dat niemand de wijsheid in pacht heeft. Wij bespreken geen ‘heilige waarheden’, beroepen ons niet op ‘openbaring’. Filosoferen is twijfelen. De twijfel is onze methode om uitspraken aan te vallen en schijnzekerheid te ontkrachten.
·       dat luisteren analyseren is. Om te begrijpen wat iemand vertelt moet ik achterhalen wat hij of zij bedoelt.
·       dat schrijven het voertuig van filosofen is. Wat geschreven is heeft het karakter van een toespraak. Hiermee communiceert het denken (van de schrijver, van de lezer) over grote afstanden in ruimte en tijd.
 

Filosofie kun je voor een groot stuk leren door de juiste boeken te lezen. Vrijwel altijd waren filosofen op de eerste plaats schrijvers. Ze schreven vrijwel nooit saaie boeken.
Voor dat andere stuk dat filosofie samenspraak is en mondelinge instructie diende mijn cursus. Ik heb mijn cursus in de loop van het jaar zo goed mogelijk aan de behoeften van mijn cursisten aangepast. Ik heb jullie niet willen overvoeren met jaartallen, stromingen en feiten. Het ging mij om de inhoud van filosofie, hoe gaat het filosoferen? Hopelijk leerde je er iets van.

Met wijsgerige groet,
Jan Croonen

Bijlagen

 

A. Over het opstel

In een filosofisch opstel ga je in het algemeen als volgt te werk. Na het kiezen van een thema werk je gedachten over dat thema uit, en over van elk begrip in dat thema het tegenovergestelde. Dus bijvoorbeeld schrijf je over “De Vrouw in onze Maatschappij", dan denk je na over Vrouw én Man, Maatschappij én Individu. Het lijkt wat omslachtig, maar een evenwichtig betoog hoef je anders niet te verwachten. Als je emotioneel wilt zijn hoeft dat allemaal niet, maar dan schrijf je ook geen filosofisch opstel. Je zou dan eerder aan een pamflet kunnen denken, of een brief aan de krant.
Een praktische maat voor je stukjes is het (uitgetypte of uitgedraaide) A4, zoals je hier voor je ziet. Dit is voor ervaren lezers tamelijk gauw te overzien en biedt toch ruimte voor enige verdieping. Schrijf je een ‘paper’, zoals de studenten hier zeggen, dan kom je gemakkelijk aan tien A4’s. Maar dan begin je tevens over voetnoten en een literatuurlijst.
In het algemeen nog een advies. Denk niet teveel na bij het schrijven! Als het goed is heb je al nagedacht, en hoe die gedachten bij het schrijven op papier komen is ook voor ervaren schrijvers een mysterie. Maar allen zijn zij begonnen met het doen. Wees dus niet te kritisch op wat je schrijft, maar schrijf en dat liefst dagelijks.
 

B. Klassieke denkproblemen.

Waarheid ‘van binnen uit’ en ‘van buitenaf’
Redenerend vanuit van te voren vastgestelde ‘spelregels’ kunnen wij uitspraken doen die controleerbaar juist of onjuist zijn. Een voorbeeld is het schaakspel of de wiskunde. Het gaat hier om gesloten denksystemen. Deze soort van redeneren heet deduktie.
In een open denksysteem hangt juist of onjuist zijn van uitspraken af van informatie die niet door het denken, maar alleen door de zintuiglijke ervaring wordt geleverd. Bijvoorbeeld, als ik waarneem dat mevrouw X steeds ruzie krijgt met haar buurvrouw, waar zij ook gaat zitten in de schouwburg, dan stel ik vast dat mevrouw X een ruziezoekster is. Deze soort van redeneren heet induktie.
 

Aanwijsbare en abstracte begrippen

‘Rechtvaardig’, ‘goed’, ‘demokratie’: dit zijn woorden voor zaken die niet aanwijsbaar, abstrakt zijn. Waarschijnlijk bedoelen we daar allemaal wat verschillends mee. De uitspraak ‘demokratie is goed’ is zeer abstrakt. Wat hiermee bedoeld wordt zou pas uit een dik boekwerk kunnen blijken.
Andere dingen zijn concreet We weten allemaal wat een tafel is. Als ik beweer dat deze tafel glad en hoekig is, dan hoef ik daar niet veel over uit te leggen om door U te worden begrepen.
 

Het syllogisme

Uit twee premissen, de major en de minor, wordt een conclusie getrokken. Bijvoorbeeld:
(major)                  Alle Fransen zijn Europeanen
(minor)                  Henri is een Fransman
(conclusie)            dus: Henri is een Europeaan
In zowel major als minor komt de term Fransen voor, dit is de middenterm.
Een syllogisme is geldig, wanneer het een ware conclusie voortbrengt uit ware premissen.

Klassieke redeneerfouten

Per ongeluk (denkfout) of expres (propaganda, retoriek) worden vaak de volgende redeneerfouten gemaakt:
1.     Dubbelzinnigheid
2.     Ongedistribueerde middenterm
3.     Het uitgesloten midden
4.   Omstandigheden buiten beschouwing laten
5.   Omgekeerde oorzakelijkheid
6.   Post hoc, ergo propter hoc: wat aan iets voorafgaat automatisch als oorzaak zien
7.   Petitio principii: iets als bewezen aannemen
8.   Bewijs naar analogie
9.   Verkeerde voorstellingen
o.a. argumentum ad hominem: in plaats van het betoog de persoon aanvallen
 
 

C. Evaluatievragen

1. Wat is filosofie?
2. Waar denk je graag over na?
3. Ken je stromingen in de filosofie?
4. Wat wil je met deze cursus bereiken?
5. Heb je veel leeservaring en schrijfervaring?
6. Wat is StAAD?
7. Wat ben je tot nog toe met deze cursus opgeschoten?
 
 

D. Aanbevolen literatuur:

Emmet, Logisch denken, Prisma, Utrecht.
Störig, Geschiedenis van de Filosofie (2 delen), Prisma, Utrecht.